ECLI:NL:CRVB:2016:324
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- F. Hoogendijk
- M. ter Brugge
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand na opschorting wegens niet-naleving informatieplicht
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Na een melding dat appellant vrijwilligerswerk verrichtte, startte de gemeente Amsterdam een onderzoek. Appellant werd opgeroepen voor gesprekken en het aanleveren van documenten, maar verscheen niet op een gepland gesprek en leverde de gevraagde stukken niet aan.
Het college schortte de bijstand op en trok deze vervolgens in, waarna het de gemaakte kosten terugvorderde. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar zonder succes. Tevens werd een mededeling over een openstaande vordering en de verrekening met vakantiegeld gedaan, waartegen appellant geen bezwaar had gemaakt.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat hij het opschortingsbesluit niet had ontvangen, maar de Raad achtte de bewijsvoering van het college over de bezorging voldoende. De Raad oordeelde dat het niet verschijnen en het niet aanleveren van gegevens appellant verweten kan worden, waardoor de intrekking en terugvordering rechtmatig zijn.
De mededeling over de verrekening van vakantiegeld is geen besluit, maar het besluitonderdeel betreffende de verrekening wel. Omdat appellant daartegen geen bezwaar had gemaakt, is het hoger beroep daarop niet-ontvankelijk. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en voor zover het de verrekening van vakantiegeld betreft niet-ontvankelijk verklaard.