ECLI:NL:CRVB:2016:327
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand zelfstandige op grond van Bbz wegens niet-levensvatbaar bedrijf
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor bijstand op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004). Het college van burgemeester en wethouders van Bergen heeft deze aanvraag afgewezen omdat het bedrijf van appellant niet levensvatbaar werd geacht en appellant niet als zelfstandige kwalificeerde volgens het Bbz 2004.
De rechtbank heeft het beroep tegen deze afwijzing ongegrond verklaard, omdat appellant ter zitting had verklaard dat hij bijstand wilde voor een periode vóór de aanvraag van 23 maart 2009, terwijl deze aanvraag niet met terugwerkende kracht kan worden gedaan. Over de eerdere periode was reeds in een eerdere uitspraak van de Raad op 11 november 2008 geoordeeld dat appellant geen aanspraak had op bijstand.
In hoger beroep heeft appellant dezelfde gronden aangevoerd, maar de Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat de vraag over de eerdere periode buiten de reikwijdte van het huidige geding valt. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De aanvraag bijstand op grond van het Bbz 2004 wordt afgewezen en het hoger beroep wordt verworpen.