ECLI:NL:CRVB:2016:3298
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-melding autotransacties
Appellanten ontvingen bijstand en een inkomensvoorziening sinds 2010. Na een controle door de gemeente Waalre en onderzoek door sociaal rechercheurs bleek dat in de periode augustus 2010 tot juni 2013 meerdere voertuigen kortdurend op naam van appellanten stonden, wat duidt op autohandel. Het college trok daarop bijstand in en vorderde de verstrekte uitkeringen terug.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze besluiten ongegrond. In hoger beroep betwistten appellanten dat zij zich met autohandel bezighielden en stelden dat sommige voertuigen voor eigen gebruik waren en anderen waarvoor zij als katvanger optraden. De Raad oordeelde dat appellanten dit niet aannemelijk hadden gemaakt en dat het houden van meerdere voertuigen tegelijk op naam en de korte tenaamstellingsduur wijzen op handel.
Omdat appellanten de transacties niet hadden gemeld en geen aankoop- of verkoopbewijzen konden overleggen, kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld. Het college was daarom terecht overgegaan tot intrekking en terugvordering. Wel werd het besluit voor februari 2012 herroepen omdat het college dit niet langer handhaafde. De terugvordering werd vastgesteld op €22.693,32. Tevens werd het college veroordeeld in de proceskosten van appellanten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit voor februari 2012 herroepen en de terugvordering vastgesteld op €22.693,32.