ECLI:NL:CRVB:2016:330
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Kwijtschelding van fraudevordering afgewezen; herroeping en volledige kwijtschelding door Centrale Raad van Beroep
Appellante verzocht het college om kwijtschelding van een langdurige fraudevordering die zij sinds 1993 aflost. Het college wees dit verzoek af op grond van beleidsregels die volledige terugbetaling van fraudevorderingen voorschrijven. Appellante voerde bijzondere omstandigheden aan, waaronder een depressieve stoornis die verergerde door de financiële druk.
De verzekeringsarts concludeerde dat de terugvordering geen ernstige gevolgen had voor het welzijn van appellante, maar dit onderzoek was te beperkt en hield onvoldoende rekening met de sociale en psychische impact. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep stelde vast dat het college niet zorgvuldig en deugdelijk had gemotiveerd en onvoldoende rekening had gehouden met de lange aflossingsperiode en sociale omstandigheden.
De Raad vernietigde de eerdere uitspraak en de bestreden besluiten, herroept het besluit van het college en scheldt de resterende vordering volledig kwijt. Tevens oordeelde de Raad dat het college de proceskosten en griffierechten aan appellante moet vergoeden.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep herroept het besluit en scheldt de resterende fraudevordering volledig kwijt.