ECLI:NL:RBOVE:2018:1563
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens verzwegen werkzaamheden
Eiser ontving sinds 1994 een bijstandsuitkering die door verweerder per 1 december 2016 werd beëindigd en teruggevorderd over de periode van 1 juli 1997 tot 30 november 2016 wegens verzwegen werkzaamheden in reparatie van televisies en computers.
Verweerder baseerde zich op bankafschriften en verklaringen waaruit bleek dat eiser op geld waardeerbare activiteiten verrichtte zonder dit te melden, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Eiser voerde aan dat terugvordering over de periode vóór 2007 onredelijk was en verwees naar redelijkheid en billijkheid.
De rechtbank oordeelde dat eiser zijn inlichtingenplicht had geschonden en dat het college terecht het recht op bijstand had ingetrokken en de uitkering teruggevorderd. Het beroep op redelijkheid en billijkheid werd verworpen omdat geen onaanvaardbare sociale of financiële gevolgen waren aangetoond.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering is ongegrond verklaard.