ECLI:NL:CRVB:2016:3309
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigde bezoldiging wegens niet verrekenen ZW-uitkering
Appellante was tijdelijk in dienst bij de Universiteit Utrecht en werd arbeidsongeschikt door een ernstig verkeersongeval. Zij had recht op doorbetaling van haar bezoldiging, verminderd met de Ziektewet-uitkering (ZW-uitkering). Echter, de ZW-uitkering werd niet in mindering gebracht op haar bezoldiging, waardoor zij onverschuldigd te veel ontving.
Het college van bestuur van de Universiteit Utrecht vorderde daarom een bedrag van €19.199,99 bruto terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat de minister op grond van artikel 44 van Pro de ZANU bevoegd was tot terugvordering en dat het voor appellante redelijkerwijs duidelijk had moeten zijn dat zij te veel bezoldiging ontving. Dit werd onderbouwd met correspondentie van de universiteit en betalingsspecificaties die appellante ontving. De Raad benadrukte dat van een ambtenaar een aanzienlijke mate van oplettendheid mag worden verwacht bij het controleren van afrekeningen.
Het hoger beroep werd verworpen en de beslissing van de rechtbank bleef in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van onverschuldigde bezoldiging en wijst het hoger beroep af.