Uitspraak
OVERWEGINGEN
.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene diende op 29 januari 2009 een aanvraag in voor een WAO-uitkering bij het UWV. Na verzoek om aanvullende gegevens en het niet tijdig verstrekken daarvan, stelde het UWV de aanvraag buiten behandeling op grond van artikel 4:5 Awb Pro. Betrokkene maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit eveneens ongegrond. In hoger beroep voerde betrokkene aan dat hij wel medische gegevens had verstrekt en dat het UWV zijn aanvraag opnieuw had moeten beoordelen.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat het UWV niet over voldoende gegevens beschikte om de aanvraag te beoordelen en dat de gevraagde gegevens noodzakelijk waren. Betrokkene had de ontbrekende informatie niet binnen de gestelde termijn aangeleverd en er waren geen aanwijzingen dat hij daartoe redelijkerwijs niet in staat was geweest. Het UWV had derhalve terecht gebruikgemaakt van de bevoegdheid om de aanvraag buiten behandeling te stellen.
De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten. De uitspraak werd gedaan door R.E. Bakker op 9 september 2016.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het UWV mocht de WAO-aanvraag buiten behandeling stellen wegens het niet tijdig aanleveren van noodzakelijke gegevens.