ECLI:NL:CRVB:2016:3376
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens verblijf buiten gemeente Tubbergen
Appellant ontving sinds 2009 bijstand op grond van de WWB en stond ingeschreven op een adres in Tubbergen. Na een onderzoek naar een vermeende hennepkwekerij en het daadwerkelijke verblijf van appellant, concludeerde het college dat appellant feitelijk in Duitsland woonde en niet in Tubbergen.
Het college trok daarom de bijstand vanaf februari 2012 in en vorderde de ontvangen bedragen terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat de onderzoeksbevindingen onvoldoende waren en dat er dringende redenen waren om van terugvordering af te zien vanwege psychische problemen.
De Raad oordeelde dat de verklaring van appellant dat hij niet op het uitkeringsadres woonde, gesteund door het extreem lage waterverbruik en bevindingen tijdens huisbezoek, zwaarwegend was. De psychische problemen van appellant werden onvoldoende onderbouwd om terugvordering te voorkomen. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het college mag de bijstand intrekken en terugvorderen wegens ontbreken woonplaats in Tubbergen.