ECLI:NL:CRVB:2016:3435
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Beoordeling buitenbehandelingstelling en terugvordering bijstandsvoorschot
Appellant diende op 15 december 2014 een aanvraag om bijstand in, maar leverde niet tijdig de gevraagde bewijsstukken aan. Het college stelde de aanvraag op 20 maart 2015 buiten behandeling en vorderde vervolgens voorschotten van in totaal €1.500,- terug. Appellant maakte bezwaar, dat het college echter te beperkt opvatte, alleen gericht tegen de terugvordering.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het bezwaar ook gericht was tegen de buitenbehandelingstelling en dat het college dit had moeten beoordelen. De Raad vernietigde het bestreden besluit en verklaarde het bezwaar tegen de buitenbehandeling alsnog ongegrond, omdat appellant niet tijdig de benodigde gegevens had verstrekt.
Verder bevestigde de Raad de terugvordering van het voorschot op grond van de Participatiewet, omdat het voorschot werd verstrekt zonder dat recht op bijstand werd vastgesteld. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellant.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de buitenbehandelingstelling wordt alsnog inhoudelijk beoordeeld en ongegrond verklaard, terwijl de terugvordering van het voorschot wordt bevestigd.