ECLI:NL:CRVB:2019:1567
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bezwaar tegen buiten behandeling stellen bijstandsaanvraag en terugvordering voorschot
Appellant diende op 8 juli 2016 een aanvraag om bijstand in bij het college van burgemeester en wethouders van Tilburg. Het college verzocht appellant om aanvullende gegevens, maar deze werden niet tijdig verstrekt. Vervolgens stelde het college de aanvraag buiten behandeling en vorderde het een voorschot van € 835,- terug. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de termijn.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het besluit tijdig was verzonden en de bezwaartermijn was verstreken. In hoger beroep betoogde appellant dat het besluit pas op 30 september 2016 was ontvangen, waardoor het bezwaar tijdig was ingediend. De Raad stelde vast dat het college niet aannemelijk had gemaakt dat het besluit op 30 augustus 2016 was verzonden en dat er geen contra-indicaties waren die een eerdere ontvangst aannemelijk maakten.
De Raad vernietigde daarom het bestreden besluit en verklaarde het bezwaar gegrond. Vervolgens beoordeelde de Raad inhoudelijk dat het college bevoegd was de aanvraag buiten behandeling te stellen wegens het niet aanleveren van noodzakelijke gegevens en dat de terugvordering van het voorschot terecht was. Het bezwaar tegen het buiten behandeling stellen werd daarom ongegrond verklaard. Tot slot werd het college veroordeeld in de proceskosten en werd appellant het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het buiten behandeling stellen van de bijstandsaanvraag wordt ongegrond verklaard, maar het college heeft het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard; het besluit wordt vernietigd en het beroep gegrond verklaard.