ECLI:NL:CRVB:2016:3459
Centrale Raad van Beroep
- Herziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening overlijdensuitkering na overlijden moeder
Verzoekster heeft bij de Centrale Raad van Beroep verzocht om herziening van een eerdere uitspraak waarin haar beroep tegen de weigering van de Sociale verzekeringsbank om een overlijdensuitkering toe te kennen ongegrond werd verklaard.
De Raad heeft onderzocht of er nieuwe feiten of omstandigheden zijn die bij de eerdere uitspraak niet bekend waren en die tot een andere beslissing hadden kunnen leiden. Verzoekster is niet verschenen bij de zitting en heeft geen nieuwe feiten aangevoerd.
Op grond van artikel 8:119 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan een onherroepelijke uitspraak slechts worden herzien indien aan strikte voorwaarden wordt voldaan. De Raad stelt dat het verzoek om herziening niet bedoeld is om een hernieuwde discussie over de zaak te voeren of de juistheid van de uitspraak te heropenen.
Omdat verzoekster geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft aangedragen, wijst de Raad het verzoek om herziening af. Ook is geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
De uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade, in aanwezigheid van griffier R.I. Troelstra, en uitgesproken in het openbaar op 16 september 2016.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de uitspraak is afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.