ECLI:NL:CRVB:2016:3479
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.M.G. Hink
- F. Hoogendijk
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand wegens onjuiste opgave uren en onrechtmatig gebruik camerabewaking
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Naar aanleiding van een melding over zwartwerken bij een stomerij is een onderzoek ingesteld waarbij onder meer waarnemingen zijn verricht, waaronder heimelijke camerabewaking.
De Raad oordeelt dat het gebruik van de camera zonder voldoende wettelijke basis en waarborgen een schending van artikel 8 EVRM Pro oplevert, waardoor het daarmee verkregen bewijs onrechtmatig is. Dit leidt tot vernietiging van het besluit tot intrekking van bijstand over juli 2013.
Voor de maanden mei, juni en oktober 2013 zijn er andere waarnemingen zonder technisch hulpmiddel die aantonen dat appellant vaker werkte dan opgegeven. Deze waarnemingen worden als toereikend bewijs gezien om de intrekking van bijstand te rechtvaardigen. Appellanten slaagden er niet in aannemelijk te maken dat zij recht op bijstand hadden ondanks de onvolledige opgave.
De Raad vernietigt de eerdere uitspraak van de rechtbank voor zover die de intrekking over juli 2013 handhaafde, herroept het besluit voor die maand, en veroordeelt het college tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Besluit tot intrekking bijstand over juli 2013 vernietigd wegens onrechtmatig bewijs, intrekking over mei, juni en oktober 2013 bevestigd.