ECLI:NL:CRVB:2016:3489
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag bijstand zelfstandigen met terugwerkende kracht
Appellanten hebben bijstand aangevraagd op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz) voor de periode van 1 januari 2012 tot 2 oktober 2013. Het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen wees deze aanvraag af omdat geen bijzondere omstandigheden waren die bijstand met terugwerkende kracht rechtvaardigen.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep voerden appellanten aan dat zij eind 2011 tijdens gesprekken met hun consulent hadden aangegeven aanvullende bijstand te willen, maar dat door onjuiste informatie van de consulent geen aanvraag was ingediend. Zij verzochten de Raad de consulent als getuige op te roepen.
De Raad oordeelde dat appellanten onvoldoende concrete en verifieerbare stukken hadden overgelegd ter onderbouwing van hun stellingen. De consulent ontkende bovendien dat er een verzoek om aanvullende bijstand was gedaan. Er was geen reden om de consulent als getuige op te roepen. De Raad stelde vast dat appellanten niet aannemelijk hadden gemaakt dat zij waren afgehouden van het doen van een aanvraag of dat er sprake was van een eerdere aanvraag.
Gelet op de vaste rechtspraak dat bijstand niet met terugwerkende kracht wordt verleend zonder bijzondere omstandigheden, bevestigde de Raad het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De aanvraag bijstand met terugwerkende kracht wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.