ECLI:NL:CRVB:2016:3521
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand wegens schending inlichtingenplicht en ontbreken administratie
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB en voerde daarnaast een bedrijf met inkomsten uit verkoop van kleding en voedingsartikelen. Het college van burgemeester en wethouders van Lelystad trok de bijstand in vanwege het niet nakomen van de inlichtingenplicht en het ontbreken van een deugdelijke administratie. Appellant had geen betrouwbare gegevens over zijn inkomsten verstrekt, ondanks herhaalde verzoeken.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en wees het beroep tegen het nader besluit ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat het college ten onrechte de beoordelingsperiode had beperkt en dat hij zijn inkomsten voldoende had verantwoord. De Raad oordeelde dat het college de beoordeling van het recht op bijstand moest uitbreiden tot de datum van het besluit en dat appellant onvoldoende inzicht had gegeven in zijn financiële situatie.
De Raad concludeerde dat appellant de inlichtingenplicht had geschonden, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Het college mocht de bijstand daarom intrekken vanaf 6 maart 2012. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen, maar het college werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: De bijstand van appellant wordt ingetrokken vanaf 6 maart 2012 wegens schending van de inlichtingenplicht en het ontbreken van een betrouwbare administratie.