ECLI:NL:CRVB:2016:3645
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit UWV over beëindiging Ziektewetuitkering wegens voldoende verdiencapaciteit
Appellant, werkzaam als timmerman, meldde zich ziek met knie- en neusklachten en ontving een uitkering op grond van de Werkloosheidswet. Na een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek stelde het UWV vast dat appellant met passend werk meer dan 65% van zijn eerdere loon kan verdienen en beëindigde de Ziektewetuitkering.
Appellant voerde in bezwaar en beroep aan dat zijn beperkingen, waaronder slaapproblemen, vermoeidheid en verminderde handelingssnelheid, onvoldoende waren meegewogen en dat de geselecteerde functies niet geschikt voor hem waren. De verzekeringsarts bezwaar en beroep stelde echter vast dat deze klachten niet voldoende onderbouwd waren en dat er geen ernstige psychische stoornis was die beperkingen rechtvaardigde.
De Raad concludeert dat het medisch onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd en dat de standpunten van de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige juist zijn. De arbeidskundige gronden van appellant slagen niet. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV bevestigd dat appellant geen recht meer heeft op ziekengeld.