ECLI:NL:CRVB:2016:3670
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing bijstandsaanvraag wegens onduidelijk woonadres
Appellant diende op 5 november 2014 een aanvraag bijstand in op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en gaf een adres bij zijn ouders op als woonadres. Het college stelde een onderzoek in vanwege mutaties op bankafschriften die veelvuldig pinnen in Purmerend toonden, waar appellant verklaarde veel te verblijven. Het college weigerde de aanvraag omdat appellant onvoldoende aannemelijk maakte dat hij woonde op het opgegeven adres.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het college onvoldoende onderzoek had gedaan naar de woon- en leefsituatie van appellant. Zo was het college niet nagegaan hoe vaak appellant afwezig was, of hij persoonlijke bezittingen op het adres had, en had het geen vragen gesteld over het pingedrag.
De Raad stelde vast dat het college onvoldoende feitelijke grondslag had voor de afwijzing en vernietigde het besluit. Het college moet een nieuw besluit nemen na nader onderzoek, waarbij het beroep tegen dat besluit rechtstreeks bij de Raad kan worden ingesteld. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt vernietigd en het college moet een nieuwe beslissing nemen na nader onderzoek.