ECLI:NL:CRVB:2016:3674
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- J.H.M. van de Ven
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens schending inlichtingenplicht en financiële verstrengeling met stichting
Appellante ontving sinds 2006 bijstand op grond van de WWB. Naar aanleiding van een anonieme melding over haar werkzaamheden met paarden en het bezit van een stichting, startte de Sociale Recherche een onderzoek. Dit onderzoek toonde onder meer discrepanties aan tussen getuigenverklaringen en de kasboekhouding van de stichting, en een financiële verstrengeling tussen appellante en de stichting.
Het dagelijks bestuur besloot daarop in 2013 de bijstand over de periode van november 2006 tot februari 2011 in te trekken en de kosten terug te vorderen. Appellante voerde aan dat er geen financiële verstrengeling was en dat zij haar werkzaamheden had gemeld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat appellante de inlichtingenplicht had geschonden door haar werkzaamheden en inkomsten niet te melden. De financiële verstrengeling met de stichting was aannemelijk gemaakt door de inconsistenties in de kasboekhouding en getuigenverklaringen. Hierdoor kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld. Het hoger beroep werd verworpen en de intrekking bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd vanwege schending van de inlichtingenplicht en financiële verstrengeling met de stichting.