Uitspraak
20 maart 2014, 13/3217 (aangevallen uitspraak)
PROCESVERLOOP
A.G. Boelen.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante was tot 2008 werkzaam als agrarisch medewerkster en meldde zich ziek vanwege diverse klachten. Na een WW-uitkering en een periode van ziekte werd haar Ziektewet-uitkering per 15 augustus 2013 beëindigd omdat zij geschikt werd geacht voor een functie binnen de WIA-beoordeling.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek door verzekeringsartsen zorgvuldig was en dat appellante terecht niet langer als arbeidsongeschikt werd beschouwd. In hoger beroep stelde appellante dat haar fysieke en psychische klachten waren verergerd en dat de verzekeringsarts onvoldoende rekening hield met haar huidige medische toestand.
De Raad concludeert dat het onderzoek en de medische beoordeling zorgvuldig en volledig waren, dat de klachten van appellante wel zijn meegewogen, maar dat er geen medische informatie is die de geschiktheid voor ten minste één WIA-functie per 15 augustus 2013 in twijfel trekt. De toelating tot de WSW-doelgroep is niet doorslaggevend voor de ZW-beoordeling.
Daarom wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Ziektewet-uitkering van appellante is terecht per 15 augustus 2013 beëindigd wegens geschiktheid voor ten minste één WIA-functie.