Uitspraak
.Appellanten zijn, met bericht, niet verschenen. Het dagelijks bestuur heeft zich laten vertegenwoordigen door W.M.J. Michiels.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellanten vroegen bijstand aan op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en gaven daarbij aan eigenaar te zijn van een woning in Italië die te koop stond. Het dagelijks bestuur stelde de aanvraag aanvankelijk buiten behandeling vanwege het niet aanleveren van gevraagde gegevens, maar trok dit besluit later in en nam de aanvraag alsnog in behandeling.
De bijstand werd toegekend in de vorm van een geldlening, omdat redelijkerwijs kon worden aangenomen dat appellanten op korte termijn over voldoende middelen zouden beschikken door de verwachte verkoop en overwaarde van de woning. Appellanten maakten bezwaar tegen deze vorm van bijstand en tegen het niet toekennen van een vergoeding voor bezwaar tegen een eerdere procedurebeslissing.
De Raad oordeelde dat het college terecht gebruik heeft gemaakt van de discretionaire bevoegdheid om bijstand als lening te verlenen, ook al was de exacte overwaarde pas na verkoop bekend. Verder werd geoordeeld dat de brief die om aanvullende gegevens vroeg geen besluit was waartegen bezwaar mogelijk was, zodat geen vergoeding voor bezwaar kon worden toegekend.
Het hoger beroep van appellanten werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank Limburg bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de bijstand in de vorm van een lening wordt bevestigd.