ECLI:NL:CRVB:2011:BP6186
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.N.A. Bootsma
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen opschortingsbesluit bij bijstandsaanvraag
Appellante heeft een aanvraag om bijstand ingediend en werd opgeroepen voor een gesprek. Na haar niet verschijnen op de afspraak stuurde de Dienst Werk en Inkomen een brief waarin zij werd verzocht aanvullende gegevens te verstrekken, waarbij werd aangegeven dat bij onvoldoende gevolg de aanvraag niet verder behandeld zou worden. Appellante maakte bezwaar tegen deze brief, maar het College verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat de brief geen besluit zou zijn.
De rechtbank oordeelde dat de brief een procedurebeslissing is ter voorbereiding van het uiteindelijke besluit en appellante daardoor niet rechtstreeks in haar belang werd getroffen, zodat bezwaar en beroep niet mogelijk waren. Appellante ging hiertegen in hoger beroep en stelde dat de opschorting haar belangen direct raakte omdat de beslistermijn werd opgerekt en zij daardoor later duidelijkheid en uitbetaling kreeg.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de brief wel degelijk een besluit is in de zin van de Awb, omdat het bestuursorgaan een nieuwe verplichting oplegt om gegevens aan te leveren. Echter, dit besluit raakt appellante niet rechtstreeks in haar belang los van het te nemen besluit op de aanvraag. De opschorting van de beslistermijn leidt niet tot een zelfstandig belang. Het bezwaar tegen de brief is daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar tegen de brief wordt bevestigd.