ECLI:NL:CRVB:2016:380
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verlenging indicatie AWBZ-zorg wegens voorliggende Zvw-behandelmogelijkheden
Appellante beschikte over een indicatie voor AWBZ-zorg voor persoonlijke verzorging en begeleiding die liep tot 1 juli 2013. Zij verzocht om verlenging, maar het CIZ wees dit af omdat er nog voorliggende voorzieningen vanuit de Zorgverzekeringswet beschikbaar zijn. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het medisch advies waarop het besluit was gebaseerd zorgvuldig en voldoende inzichtelijk was.
Appellante stelde in hoger beroep dat zij vooral hulp nodig had bij het douchen vanwege duizeligheidsaanvallen, maar kon niet aannemelijk maken dat hulpmiddelen zoals beugels en een douchestoel onvoldoende waren. De Raad onderschreef de motivering van de rechtbank en stelde vast dat appellante geen nieuwe gronden had aangevoerd die tot een ander oordeel konden leiden.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de verlenging van de indicatie voor persoonlijke verzorging en begeleiding op grond van de AWBZ.