ECLI:NL:CRVB:2016:3993
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek immateriële schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in ambtenarenzaak
Verzoeker, werkzaam als generalist Gebiedsgebonden Politie, verzocht om bevordering naar senior GGP. Dit verzoek werd door de korpschef afgewezen, waarna bezwaar en beroep volgden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Tijdens het hoger beroep werd verzoeker alsnog met terugwerkende kracht bevorderd.
Verzoeker stelde dat de redelijke termijn was overschreden, omdat meer dan twee jaar verstreken was tussen het bezwaar en de uitspraak van de rechtbank. De Raad beoordeelde dit aan de hand van de omstandigheden van het geval, waaronder de complexiteit, de behandeling door bestuursorgaan en rechter, en het belang van verzoeker.
De Raad oordeelde dat een procedure in drie instanties in beginsel binnen vier jaar moet zijn afgerond en dat de totale duur van drie jaar en drie maanden in deze zaak niet onredelijk was. Bovendien kon een voortvarende behandeling in hoger beroep een eerdere overschrijding compenseren.
Daarom werd het verzoek om immateriële schadevergoeding afgewezen. Ook werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen.