ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1527
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bijzondere bijstand voor tandartskosten wegens ontbreken zeer dringende redenen
Appellante, een WAO-uitkeringsgerechtigde, vroeg bijzondere bijstand aan voor tandartskosten van €4.969,19, welke niet door haar zorgverzekeraar werden vergoed. Het bestuur wees de aanvraag af wegens het bestaan van een passende en toereikende voorliggende voorziening (de Zorgverzekeringswet) en het ontbreken van zeer dringende redenen.
De rechtbank vernietigde het besluit alleen vanwege het niet beslissen op het verzoek om proceskostenvergoeding, maar liet de inhoudelijke beslissing in stand. Appellante ging in hoger beroep tegen het in stand laten van de inhoudelijke beslissing en stelde dat bijzondere omstandigheden en zeer dringende redenen aanwezig waren, onder meer vanwege haar medische voorgeschiedenis.
De Raad oordeelde dat de Zorgverzekeringswet sinds 2006 de voorliggende voorziening is en dat de kosten niet noodzakelijk worden geacht binnen die voorziening. De medische situatie van appellante voldeed niet aan de strenge criteria van zeer dringende redenen. Het bestuur had bovendien een buitenwettelijk beleid dat het verlenen van bijzondere bijstand beperkt tot niet-vergoede noodzakelijke kosten binnen een aanvullend pakket, dat consistent was toegepast.
Daarom faalde het hoger beroep en werd de weigering van bijzondere bijstand bevestigd, evenals de afwijzing van het verzoek om schadevergoeding.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van bijzondere bijstand wegens ontbreken van zeer dringende redenen en consistent beleid.