ECLI:NL:CRVB:2016:4034
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens niet-naleving arbeidsinschakelingsvoorziening
Appellant ontving bijstand onder arbeidsverplichtingen en werd uitgenodigd voor een arbeidsinschakelingsvoorziening, de IN-Werkweek Kringloop. Hij verscheen niet op een verplichte praktijkdag, waarop het college besloot zijn bijstand met 100% te verlagen voor twee maanden, verdubbeld wegens recidive.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. Het college leverde voldoende maatwerk door een zorgvuldige, persoonsgerichte afweging te maken en de voorziening duidelijk te communiceren. Appellant kon geen verwijtvrijheid aantonen voor zijn afwezigheid, ondanks zijn stelling dat hij maximale inspanningen had verricht.
De Raad oordeelt dat de maatregel een reparatoire sanctie is, gericht op gedragsverbetering en niet op leedtoevoeging, en dat de zwaarte van de maatregel in verhouding staat tot de ernst van de gedraging en eerdere sancties. Ook het beroep op dringende redenen faalt omdat geen onaanvaardbare gevolgen zijn aangetoond.
De Raad bevestigt de bestreden uitspraak en wijst het hoger beroep af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand met 100% gedurende twee maanden wegens het niet verschijnen bij de voorziening wordt bevestigd.