ECLI:NL:CRVB:2016:4040
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.F. Claessens
- F. Hoogendijk
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand na overdracht woning in Turkije zonder aantoonbare tegenprestatie
Appellante ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) maar deze werd ingetrokken omdat zij eigenaar was van een woning in Turkije met een getaxeerde waarde van circa € 90.000. Na overdracht van de woning aan haar broer vroeg zij opnieuw bijstand aan. Het college weigerde deze aanvraag omdat appellante niet kon aantonen dat zij geen tegenprestatie had ontvangen voor de overdracht.
Appellante stelde dat de woning zonder geldbedrag was overgedragen omdat deze oorspronkelijk voor haar minderjarige broer was bestemd. Zij overlegde eigendomsbewijzen en verklaringen, waaronder een notariële verklaring van haar broer. De Raad oordeelde dat de officiële eigendomsbewijzen een verkoopprijs vermeldden, wat de vooronderstelling rechtvaardigt dat de overdracht tegen betaling heeft plaatsgevonden.
De stelling dat het kadaster in Turkije de verkoopprijs niet controleert, was onvoldoende om de tegenprestatie te ontkrachten. Ook de verklaring van de broer en bankafschriften overtuigden niet. De Raad concludeerde dat appellante niet voldeed aan de voorwaarden voor bijstand en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag wordt afgewezen omdat niet is aangetoond dat de woning zonder tegenprestatie is overgedragen.