ECLI:NL:CRVB:2016:4044
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor kosten bewindvoering wegens te late aanvraag
Appellante heeft namens zichzelf een aanvraag ingediend voor bijzondere bijstand ter vergoeding van kosten van bewindvoering over de periode van 16 februari 2014 tot en met 31 december 2014. Het college van burgemeester en wethouders van Heerlen wees deze aanvraag af omdat deze te laat was ingediend, namelijk op 2 maart 2015, terwijl de uiterste datum 1 maart 2015 was.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellante tegen deze afwijzing ongegrond, omdat het beroep op verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding niet kon slagen binnen het kader van het buitenwettelijk begunstigend beleid. In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat de aanvraag tijdig per post was verzonden, maar kon dit niet aannemelijk maken.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat volgens vaste rechtspraak geen recht bestaat op bijstand voor kosten die zijn gemaakt vóór de datum van ontvangst van de aanvraag, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen. Het feit dat de aanvraag door de bewindvoerder namens appellante is ingediend, vormt geen bijzondere omstandigheid. De datum van ontvangst door het college, vastgesteld op 2 maart 2015, geldt als uitgangspunt. Appellante kon niet aantonen dat de aanvraag voor 1 maart 2015 was gepost.
Daarmee faalt het hoger beroep en wordt de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag bijzondere bijstand voor kosten bewindvoering is afgewezen wegens te late indiening en het hoger beroep is ongegrond verklaard.