ECLI:NL:CRVB:2016:4105
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging lagere vaststelling en terugvordering persoonsgebonden budget 2013 door Zorgkantoor
Appellant ontving voor 2013 een persoonsgebonden budget (pgb) van €22.172,71 van het Zorgkantoor voor zorg op grond van de AWBZ. Na een administratief vooronderzoek stelde het Zorgkantoor vast dat slechts €9.586,92 verantwoord kon worden en vorderde het een bedrag van €12.253,20 terug. Appellant maakte bezwaar tegen deze lagere vaststelling, maar het Zorgkantoor verklaarde dit bezwaar ongegrond.
De rechtbank Noord-Nederland oordeelde dat appellant niet voldeed aan de administratieve verplichtingen, zoals het overleggen van facturen en bankafschriften, en verklaarde het beroep ongegrond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de rechtbank onvoldoende rekening had gehouden met bijzondere omstandigheden, zoals de ziekte van zijn moeder en verkeerde voorlichting door het Zorgkantoor.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat ondanks de persoonlijke omstandigheden van appellant de wettelijke eis van objectieve controle op de rechtmatigheid van het pgb niet kon worden losgelaten. Appellant had de mogelijkheid om de administratie uit te besteden. Verkeerde voorlichting over reiskosten was niet aannemelijk gemaakt. De Raad concludeerde dat het Zorgkantoor in redelijkheid van zijn bevoegdheid tot lagere vaststelling en terugvordering gebruik heeft kunnen maken.
De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de lagere vaststelling en terugvordering van het pgb 2013 door het Zorgkantoor.