Uitspraak
9 april 2015, 14/8468 (aangevallen uitspraak
)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen besluiten van het UWV die zijn WAO-uitkering beëindigden en weigering van hernieuwde toekenning bij vermeende toename van arbeidsongeschiktheid. Na diverse besluiten en bezwaarprocedures werd het bezwaar van appellant ongegrond verklaard. Appellant stelde vervolgens schadevergoeding te vorderen wegens vermeende onrechtmatige besluitvorming en onjuiste informatieverstrekking aan Aegon.
De rechtbank Rotterdam wees het verzoek om schadevergoeding af en verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad oordeelde dat er geen onrechtmatig besluit was en dat er geen oorzakelijk verband bestond tussen de besluiten van het UWV en de door appellant gestelde schade.
De Raad benadrukte dat het besluit van 18 november 2004 formele rechtskracht heeft en dat geen bijzondere omstandigheden zijn gebleken die dit besluit onrechtmatig maken. Tevens is het beginsel van 'égalité devant les charges publiques' niet van toepassing op individuele gevallen zoals deze. Het verzoek om schadevergoeding werd daarom terecht afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wegens onrechtmatige besluiten van het UWV wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.