ECLI:NL:CRVB:2015:437
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek kwijtschelding en schadevergoeding terugvordering WW-uitkering
Appellant ontving een WW-uitkering en kreeg toestemming om gedurende een startperiode werkzaamheden te verrichten als zelfstandige. Het UWV stelde later vast dat appellant te veel uitkering had ontvangen en vorderde dit bedrag terug. Na bezwaar en beroep werd het terugvorderingsbedrag gematigd op basis van nieuw beleid, maar appellant verzocht vervolgens om kwijtschelding van het resterende bedrag en schadevergoeding.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat er geen sprake was van een onrechtmatig besluit en dus geen recht op schadevergoeding bestond. In hoger beroep stelde appellant dat het oorspronkelijke besluit onrechtmatig was omdat het later werd herzien en het UWV tijdens de procedure het nieuwe beleid niet had gemeld.
De Raad oordeelde dat herziening op grond van nieuw beleid niet gelijkstaat aan onrechtmatigheid van het oorspronkelijke besluit. Er was geen erkenning van onrechtmatigheid en het niet melden van het nieuwe beleid tijdens de zitting vormde geen uitzondering op de formele rechtskracht. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Verzoek tot kwijtschelding en schadevergoeding afgewezen; oorspronkelijke terugvordering blijft gehandhaafd.