ECLI:NL:CRVB:2016:419
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Blijvende weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid na ontslag om persoonlijke redenen
Appellante werkte sinds 2010 als thuishulp en beëindigde haar dienstverband in juni 2013 vanwege een verhuizing naar een andere woonplaats. Zij vroeg vervolgens een WW-uitkering aan, die door het UWV werd geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en dit oordeel is in hoger beroep bevestigd.
Appellante stelde dat zij door voortdurende psychische druk van haar ex-echtgenoot en diens familie genoodzaakt was te verhuizen en het dienstverband te beëindigen, en dat haar werkloosheid haar niet kon worden verweten. Zij ondersteunde dit met verklaringen van haar huisarts en een medisch advies over psychische beperkingen.
De Raad oordeelde echter dat de persoonlijke omstandigheden onvoldoende waren onderbouwd, dat er geen medische reden was die het ontslag noodzakelijk maakte, en dat voortzetting van het dienstverband redelijkerwijs van appellante kon worden verlangd. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de weigering van de WW-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De WW-uitkering wordt blijvend geheel geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid na eigen ontslag zonder medische noodzaak.