ECLI:NL:CRVB:2016:4195
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J. Kraan
- J.J.T. van den Corput
- H. Lagas
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens ongeschiktheid en aanwijzing als herplaatsingskandidaat
Appellant was sinds 2008 werkzaam bij het Universitair Medisch Centrum Groningen, laatstelijk als leidinggevende. Vanaf 2012 zijn er meerdere signalen gekomen over tekortkomingen in zijn functioneren, met name op het gebied van communicatie, leidinggeven en afronden van werkzaamheden. Na een beoordelingstraject van maart tot oktober 2013 concludeerde de Raad van bestuur dat appellant ongeschikt was voor zijn functie.
Appellant werd vervolgens aangemeld als herplaatsingskandidaat en kreeg buitengewoon verlof met behoud van salaris. Het herplaatsingsonderzoek leverde geen passende functie op, mede door de passieve houding van appellant. Daarom verleende de Raad van bestuur hem op 1 mei 2014 ontslag wegens ongeschiktheid.
De rechtbank verklaarde de beroepen tegen de besluiten van de Raad van bestuur ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat het beoordelingstraject en het herplaatsingsonderzoek niet zorgvuldig waren, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de Raad van bestuur voldoende feitelijke grondslag had om appellant ongeschikt te achten en hem voldoende gelegenheid had gegeven zijn functioneren te verbeteren.
Ook het herplaatsingsonderzoek werd als zorgvuldig beoordeeld, ondanks het ontbreken van een plan van aanpak, omdat appellant onvoldoende input leverde en zich passief opstelde. De Raad bevestigde de ontslagbesluiten en de aanwijzing als herplaatsingskandidaat, en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het ontslag wegens ongeschiktheid en de aanwijzing als herplaatsingskandidaat.