ECLI:NL:CRVB:2016:4209
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor doorbetaling vaste lasten tijdens detentie wegens ontbreken zeer dringende redenen
Appellant was van 21 oktober 2014 tot en met 15 januari 2015 gedetineerd en vroeg bijzondere bijstand aan voor het doorbetalen van huur en vaste lasten gedurende deze periode. Het college van burgemeester en wethouders van Haaksbergen wees de aanvraag af omdat appellant gedetineerd was en er geen zeer dringende redenen waren om hiervan af te wijken.
De rechtbank Overijssel verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad overwoog dat op grond van de Participatiewet (PW) geen recht op bijstand bestaat voor personen wier vrijheid is ontnomen, tenzij zeer dringende redenen een uitzondering rechtvaardigen.
Volgens vaste rechtspraak moet sprake zijn van een acute noodsituatie die niet op andere wijze kan worden verholpen. Appellant stelde geen dringende redenen en er was ook geen bewijs voor een dergelijke noodsituatie. Het beleid van het college sluit bijzondere bijstand uit voor gedetineerden, behalve bij zeer dringende redenen, hetgeen hier niet aan de orde was.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor doorbetaling van vaste lasten tijdens detentie wordt bevestigd wegens het ontbreken van zeer dringende redenen.