ECLI:NL:CRVB:2016:4282
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor eigen werk als productiemedewerker
Appellant was werkzaam als productiemedewerker en meldde zich ziek met klachten aan het bewegingsapparaat. Na medisch onderzoek door de bedrijfsarts en verzekeringsarts van het UWV werd vastgesteld dat appellant per 10 juli 2013 weer belastbaar was voor zijn eigen werk. Het UWV beëindigde daarop de Ziektewetuitkering en verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat het medisch onderzoek niet zorgvuldig was en dat zijn beperkingen onderschat werden, waardoor hij niet in staat zou zijn zijn arbeid te verrichten. De Raad overwoog dat onder 'zijn arbeid' het laatst verrichte werk wordt verstaan en dat bijzondere verzwarende aspecten, zoals het tillen van zware zakken koffiebonen zonder gebruik van tilhulp, buiten beschouwing moeten worden gelaten.
De Raad vond geen aanleiding om het medisch onderzoek als onzorgvuldig te beschouwen, mede omdat de artsen de klachten van appellant persoonlijk hadden beoordeeld en medische informatie van de behandelend sector hadden betrokken. Omdat appellant geen nieuwe medische informatie had overgelegd, bevestigde de Raad het bestreden besluit en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor het eigen werk.