ECLI:NL:CRVB:2016:4288
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling opleidingseis en functieniveau in gemeentebreed functiegebouw
Appellant was werkzaam bij de gemeente Amsterdam en werd in het kader van een gemeentebrede herindeling geplaatst in functie B, schaal 10, met een minimale opleidingseis HBO. Appellant voerde aan dat de functie in de praktijk op WO-niveau werd uitgeoefend en dat het plaatsingsbesluit ten onrechte niet vermeldde dat hij zijn functie op WO-niveau vervulde.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat sprake was van een innerlijke tegenstrijdigheid tussen de HBO-opleidingseis in het functiegebouw en de feitelijke werving op WO-niveau. Hij verwees naar een memo waarin werd toegelicht dat het werk- en denkniveau in het functiegebouw het minimale niveau betreft en niet de opleidingseis.
De Raad oordeelde dat het college terecht het minimale HBO-werk- en denkniveau als opleidingseis hanteert voor functie B in schaal 10. Het feit dat in de praktijk een hoger opleidingsniveau wordt gevraagd en dat appellant zijn functie op WO-niveau vervult, betekent niet dat hij automatisch in het functiegebouw op dat niveau geplaatst moet worden of dat dit in het plaatsingsbesluit moet worden vermeld.
Het hoger beroep faalt en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de plaatsing met een minimale HBO-opleidingseis bevestigd.