ECLI:NL:CRVB:2016:4299
Centrale Raad van Beroep
- Herziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om herziening van ontslagbesluit ambtenaar niet-ontvankelijk verklaard wegens laattijdigheid
Verzoekster heeft bij de Centrale Raad van Beroep verzocht om herziening van een uitspraak van 29 juli 2010 waarin haar ontslag om gewichtige redenen werd bevestigd. Zij stelde dat de stichting nagelaten had een vereiste assessment aan te vragen. De Raad oordeelde dat het verzoek betrekking had op een uitspraak van vóór de inwerkingtreding van de Wet aanpassing bestuursprocesrecht en dat het overgangsrecht artikel 8:88 Awb Pro van toepassing maakte.
De Raad stelde vast dat herziening alleen mogelijk is op grond van feiten en omstandigheden die vóór de uitspraak plaatsvonden, niet bekend waren en tot een andere uitspraak hadden kunnen leiden. Tevens geldt volgens vaste rechtspraak dat een verzoek om herziening niet onredelijk laat mag worden ingediend. Verzoeken die meer dan een jaar na bekendwording van nieuwe feiten of na openbaarmaking van de uitspraak worden ingediend, worden doorgaans als onredelijk laat beschouwd.
In deze zaak betoogde verzoekster feitelijk hetzelfde als in een eerder herzieningsverzoek uit 2013, dat reeds was afgewezen omdat de feiten en omstandigheden toen al aan de orde waren geweest of hadden kunnen worden gesteld. Gezien de vaste rechtspraak en het tijdsverloop oordeelde de Raad dat het huidige verzoek onredelijk laat was ingediend en verklaarde het niet-ontvankelijk.
Er werd geen aanleiding gezien om verzoekster te veroordelen in de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 10 november 2016.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de ontslaguitspraak uit 2010 is niet-ontvankelijk verklaard wegens onredelijke laattijdigheid.