ECLI:NL:CRVB:2018:2290
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzoek om herziening van ontslaguitspraak ambtenaar afgewezen wegens onredelijke termijn
Verzoekster heeft herhaaldelijk verzocht om herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 29 juli 2010, waarin haar ontslag wegens gewichtige redenen werd bevestigd. Dit verzoek betrof nieuwe feiten omtrent een ontwikkelassessment en haar bekwaamheidsbewijs.
De Raad overwoog dat het verzoek om herziening moet voldoen aan strikte voorwaarden uit artikel 8:88 (oud) van de Awb, waaronder dat de feiten vóór de uitspraak moeten hebben plaatsgevonden en niet eerder bekend konden zijn. Tevens geldt dat een verzoek niet onredelijk laat mag worden ingediend.
De Raad constateerde dat verzoekster dezelfde gronden reeds meerdere malen had aangevoerd en dat het huidige verzoek meer dan een jaar na bekendwording van de feiten werd ingediend. Daarom werd het verzoek niet-ontvankelijk verklaard. Vanwege kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht werd verzoekster veroordeeld in de proceskosten van de stichting tot een bedrag van € 1.002,-.
Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard en verzoekster wordt veroordeeld in de proceskosten van € 1.002,-.