ECLI:NL:CRVB:2016:4350
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering persoonsgebonden budget wegens niet-girale betalingen
Betrokkene, die in 2011 kanker kreeg, ontving voor 2012 een persoonsgebonden budget (pgb) van €33.764,17. Na zijn overlijden stelde het Zorgkantoor het pgb lager vast en vorderde een bedrag terug wegens onvoldoende verantwoording. Appellanten, de erven, voerden aan dat zij wel schriftelijke zorgovereenkomsten hadden en dat contante betalingen niet aan hen te wijten waren.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat niet was voldaan aan de verplichting uit artikel 2.6.9 van de Regeling subsidies AWBZ om girale betalingen te verrichten. Het Zorgkantoor was daarom bevoegd het pgb lager vast te stellen en terug te vorderen. De Raad vond dat het Zorgkantoor zijn belangenafweging zorgvuldig had gemaakt, mede omdat de overgelegde stukken onvoldoende duidelijkheid boden over de verleende zorg en betalingen.
De omstandigheid dat appellanten zich tijdens het ziekbed van betrokkene hadden ingespannen, rechtvaardigde geen afwijking van de terugvordering. De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank Limburg en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van het pgb wegens niet-naleving van de girale betalingsverplichting.