ECLI:NL:CRVB:2016:4375
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bezwaar tegen tijdelijke werktijdfactorverhoging ambtenaar Universiteit Maastricht
Appellant was sinds 1 november 2001 in dienst bij de Universiteit Maastricht met een werktijdfactor van 0,8 fte. Het college van bestuur verhoogde deze werktijdfactor tijdelijk naar 1 fte op basis van besluiten voor bepaalde periodes, waarbij 0,2 fte werd ingevuld bij een andere faculteit voor een project.
Appellant stelde dat deze urenuitbreiding een zelfstandig dienstverband vormde dat stilzwijgend was verlengd en daardoor per 15 januari 2014 was geconverteerd in een vast dienstverband. De rechtbank wees dit bezwaar af, en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat de tijdelijke verhogingen geen zelfstandige dienstverbanden zijn, aangezien appellant al een vast dienstverband had en de faculteiten niet bevoegd waren afzonderlijke dienstverbanden aan te gaan. De bepalingen uit de CAO NU over maximale duur en opvolging van tijdelijke dienstverbanden zijn daarom niet van toepassing. Ook de stelling van appellant over stilzwijgende verlenging vond geen grondslag.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de tijdelijke verhoging van de werktijdfactor geen zelfstandig dienstverband vormt en wijst het hoger beroep af.