ECLI:NL:CRVB:2016:4415
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding wegens onrechtmatig besluit bij bijstandsverlening zelfstandigen
Appellant diende een aanvraag in voor bijstand op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004). Na diverse besluiten en bezwaarprocedures werd vastgesteld dat het bedrijf niet levensvatbaar was en werd de aanvraag afgewezen. Appellant stelde het college aansprakelijk voor schade door vertraging in uitbetaling en andere gevolgen zoals immateriële schade.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat de rechtsgevolgen in stand blijven, waarbij zij oordeelde dat alleen wettelijke rente verschuldigd is over de vertraagde uitbetaling van bijstand. De overige materiële en immateriële schade werd niet toegewezen wegens gebrek aan causaal verband en bewijs.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten, maar de Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Het college had tevens een voorschot betaald om huisuitzetting te voorkomen, en de daadwerkelijke huisuitzetting vond plaats nadat appellant de gemeente had verlaten, waardoor geen causaal verband bestond. De Raad oordeelde dat het hoger beroep ongegrond is en wees de gevorderde schadevergoeding behalve wettelijke rente af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep wijst de gevorderde schadevergoeding af behalve de wettelijke rente over vertraagde bijstandsuitbetaling.