ECLI:NL:CRVB:2016:4430
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtsgeldige ingebrekestelling en toekenning dwangsom bij niet tijdig besluit bijzondere bijstand
Appellanten dienden op 27 mei 2014 twee aanvragen in voor bijzondere bijstand ter aflossing van schulden. Het college beëindigde de behandeling van deze aanvragen op grond van een vermeende intrekking door appellanten. Appellanten stelden het college bij faxbericht van 10 augustus 2014 in gebreke wegens het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank verklaarde de beroepen niet-ontvankelijk omdat de elektronische weg voor ingebrekestellingen niet openstond en de fax daarom niet rechtsgeldig was.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat het faxbericht wel een elektronische wijze van verzenden is en dat het college de elektronische weg niet openstelde, maar appellanten niet heeft geïnformeerd over een alternatieve verzendwijze, waardoor de ingebrekestelling rechtsgeldig is. De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en stelt vast dat het college onrechtmatig heeft gehandeld door niet tijdig te beslissen.
De Raad stelt de maximale dwangsom van € 1.260,- vast en veroordeelt het college in de proceskosten van appellanten. Het college wordt tevens verplicht het betaalde griffierecht te vergoeden. De beslissing is genomen door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 18 oktober 2016.
Uitkomst: De Raad stelt vast dat de ingebrekestelling per fax rechtsgeldig was en kent een maximale dwangsom van € 1.260,- toe wegens het niet tijdig beslissen.