ECLI:NL:CRVB:2016:4471
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen verlaging bijstand wegens te late indiening
Appellant ontvangt sinds 1987 bijstand en kreeg in 2006 een toeslag voor alleenstaande ouder. Het college verlaagde deze toeslag omdat appellant de woonlasten zou delen met zijn ex-partner die op hetzelfde perceel woonde. In 2014 verzocht appellant om herziening van de bijstand omdat hij niet op de hoogte was van de verlaging en stelde dat hij de woonlasten niet deelde.
Het college herzag de bijstand vanaf 15 augustus 2013 omdat de ex-partner toen uitgeschreven stond uit de gemeentelijke basisregistratie persoonsgegevens (BRP). Bezwaar tegen de verlaging uit 2006 werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat was ingediend. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was, ondanks het analfabetisme van appellant.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was en dat de verlaging eerder had moeten stoppen. De Raad oordeelde dat appellant geen aannemelijke redenen had gegeven om de termijnoverschrijding te rechtvaardigen en dat hij het vertrek van zijn ex-partner eerder had moeten melden. Daarom bevestigde de Raad de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wegens te late indiening bevestigd.