ECLI:NL:CRVB:2016:450
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor bewindvoeringskosten bevestigd, beroep tegen dwangsomvergoeding gegrond
Appellant had bijzondere bijstand aangevraagd voor de kosten van bewindvoering, welke door het college werd afgewezen omdat deze kosten uit de boedel voldaan moeten worden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en verwierp het beroep tegen het uitblijven van een beslissing op bezwaar. In hoger beroep stelde appellant dat de rechtbank ten onrechte niet op dit beroep had beslist en dat hij recht had op bijzondere bijstand vanwege zijn omstandigheden.
De Raad oordeelde dat het beroep tegen het uitblijven van een beslissing op bezwaar niet-ontvankelijk had moeten worden verklaard, omdat het procesbelang was komen te vervallen door het bestreden besluit. Tevens werd het beroep tegen de afwijzing van bijzondere bijstand afgewezen omdat appellant geen nieuwe gronden aanvoerde. Wel werd het beroep tegen het besluit over de vergoeding van kosten in bezwaar gegrond verklaard, omdat de toegepaste wegingsfactor van 0,25 (zeer licht) niet passend was zonder nadere motivering.
Het college werd veroordeeld in de proceskosten van appellant, begroot op €2.108,-, en moest het betaalde griffierecht vergoeden. De uitspraak bevestigt de vaste jurisprudentie dat kosten van bewindvoering niet als noodzakelijke kosten voor bijzondere bijstand gelden als deze uit de boedel kunnen worden voldaan.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van bijzondere bijstand wordt afgewezen, het beroep tegen de vergoeding van kosten in bezwaar gegrond verklaard en het college veroordeeld in de proceskosten.