ECLI:NL:CRVB:2016:4560
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en afwijzing bijstandsverlening wegens oncontroleerbare kasstortingen en bijschrijvingen
Verzoekster ontving bijstand op grond van de Participatiewet en werd geconfronteerd met een rechtmatigheidsonderzoek vanwege onregelmatige kasstortingen en bijschrijvingen op haar bankrekening. Het college trok haar bijstand per 1 juni 2015 in en wees een nieuwe aanvraag af, omdat de herkomst van de stortingen onduidelijk was en verzoekster haar inlichtingenverplichting had geschonden.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde in hoger beroep dat voor de maand januari 2016 onvoldoende bewijs was dat verzoekster de inlichtingenverplichting had geschonden, waardoor het besluit tot intrekking over die maand werd vernietigd. Voor de overige maanden bleef de intrekking gehandhaafd vanwege oncontroleerbare inkomsten.
Verzoekster stelde dat de stortingen geen inkomsten waren en dat zij recht had op bijstand, maar kon dit niet aannemelijk maken. Ook de afwijzing van haar aanvraag werd bevestigd omdat zij geen wijziging van omstandigheden kon aantonen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Intrekking bijstand over januari 2016 vernietigd, overige perioden bevestigd; verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.