Uitspraak
,hoger beroep ingesteld.
OVERWEGINGEN
.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, sinds 2009 aangesteld als controleur openbare ruimte bij de gemeente, verzocht om wijziging van zijn functie naar Medewerker handhaving en toezicht B vanwege vermeende uitbreiding van taken. Het college wees dit verzoek af omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat zijn werkzaamheden wezenlijk afwijken van de functiebeschrijving van Medewerker handhaving en toezicht C.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond en paste de functiebeschrijving aan door de zinsnede ‘handhaving op een enkelvoudig en minder complex aandachtsgebied’ te wijzigen in ‘handhaving op meerdere minder complexe aandachtsgebieden’. Appellant ging in hoger beroep tegen deze beperkte aanpassing en stelde dat ook specialistische taken, advisering en optreden als aanspreekpunt in de functiebeschrijving moesten worden opgenomen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat zijn taken wezenlijk afwijken van de functiebeschrijving van Medewerker handhaving en toezicht C. De Raad verwierp de toevoeging van het begrip ‘specialistisch’ en bevestigde dat advisering en optreden als aanspreekpunt binnen de bestaande functiebeschrijving vallen. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat zijn taken wezenlijk afwijken van de functiebeschrijving Medewerker handhaving en toezicht C.