ECLI:NL:CRVB:2016:4588
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onvoorwaardelijk ontslag wegens plichtsverzuim na verduistering simkaart
Appellante was sinds 2001 werkzaam bij de gemeente Epe als medewerker. In oktober 2014 constateerde het college dat een mobiele telefoon was ontvreemd, waarna onderzoek leidde tot het aantreffen van een simkaart die bij het toestel hoorde bij appellante thuis. Het college legde appellante op 6 februari 2015 onvoorwaardelijk ontslag op wegens plichtsverzuim, bestaande uit diefstal van bedrijfseigendommen, misbruik van de simkaart voor hoge telefoonkosten en liegen na confrontatie.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen het ontslag ongegrond en oordeelde dat het plichtsverzuim haar volledig kan worden toegerekend. Appellante stelde in hoger beroep dat haar psychische gesteldheid het plichtsverzuim niet of in verminderde mate toerekenbaar maakte en dat het ontslag buitenproportioneel was.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij ten tijde van de gedragingen ernstig psychisch ziek was en niet kon handelen naar inzicht. De medische verklaringen betroffen een periode na de feiten. Ook was het college niet op de hoogte van haar psychische toestand. Gelet op de ernst van het plichtsverzuim is het ontslag niet onevenredig. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het onvoorwaardelijk ontslag bevestigd.