ECLI:NL:CRVB:2016:4652
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek uitbreiding vergoeding huishoudelijke hulp wegens ontbreken medische noodzaak
Appellant, een uitkeringsgerechtigde vervolgde in de zin van de Wuv, verzocht om uitbreiding van de vergoeding voor huishoudelijke hulp van één naar twee dagdelen per week. Dit verzoek werd door de Sociale verzekeringsbank afgewezen omdat geen medische noodzaak voor meer hulp werd vastgesteld. Eerder beroep tegen een soortgelijk besluit werd reeds ongegrond verklaard.
In het medisch advies werd geconcludeerd dat appellant ondanks psychische klachten in staat is lichte huishoudelijke werkzaamheden te verrichten en dat er geen sprake is van (zelf)verwaarlozing of chaotisch gedrag. De Raad achtte het besluit van verweerder deugdelijk voorbereid en voldoende gemotiveerd.
De Raad concludeerde dat appellant vooral zware huishoudelijke taken niet kan verrichten, maar lichte taken wel aankan. Omstandigheden zoals de grootte van het huis en het wegvallen van hulp na overlijden van de echtgenote vallen buiten het beoordelingskader. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het verzoek tot uitbreiding van de vergoeding voor huishoudelijke hulp naar twee dagdelen per week wordt afgewezen wegens het ontbreken van een medische noodzaak.