ECLI:NL:CRVB:2016:4666
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar studiefinanciering wegens termijnoverschrijding
Appellant maakte bezwaar tegen een besluit van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap waarin zijn studiefinanciering werd herzien en terugvordering werd ingesteld. Het bezwaar werd ingediend na de wettelijke termijn van zes weken, omdat appellant gedurende een deel van deze termijn gedetineerd was en geen toegang had tot zijn post.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. De Raad oordeelde dat het besluit op de juiste wijze was bekendgemaakt en dat de termijn voor bezwaar was gestart op de dag na verzending. Appellant had de termijn overschreden en had geen verschoonbare reden voor de overschrijding.
De Raad stelde dat het op de weg van appellant lag om passende maatregelen te treffen voor de verzorging van zijn post tijdens detentie. Psychische problemen werden onvoldoende concreet gemaakt om de termijnoverschrijding te rechtvaardigen. Het bezwaar werd daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard en het hoger beroep werd afgewezen.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het besluit tot herziening studiefinanciering is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.