ECLI:NL:CRVB:2016:4675
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang bij Ziektewetuitkering
Appellant ontving vanaf 17 april 2013 een uitkering op grond van de Ziektewet (ZW). Op 30 januari 2015 werd deze uitkering per 1 maart 2015 ingetrokken. Na bezwaar werd dit besluit op 16 december 2015 herroepen, waardoor appellant recht behield op de ZW-uitkering vanaf 1 maart 2015.
Appellant stelde beroep in tegen dit herroepingsbesluit, stellende dat zijn alcoholverslaving onvoldoende was meegenomen in de beoordeling van zijn functionele mogelijkheden. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang, omdat appellant inmiddels 104 weken arbeidsongeschikt was en een nieuwe ZW-beoordeling niet meer zou plaatsvinden. Bij een eventuele WIA-aanvraag kon hij zijn beperkingen opnieuw aanvoeren.
In hoger beroep betoogde appellant dat hij wel procesbelang heeft, omdat eerdere rapporten bij een nieuwe beoordeling kunnen worden betrokken. Het UWV handhaafde het standpunt van de rechtbank. De Raad oordeelde dat procesbelang slechts bestaat indien het met het beroep beoogde resultaat daadwerkelijk kan worden bereikt en van feitelijke betekenis is. Nu het herroepingsbesluit het maximale resultaat oplevert en toekomstige beoordelingen op actuele medische gegevens zijn gebaseerd, ontbreekt procesbelang.
De Raad bevestigde daarom de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep en wees proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.