ECLI:NL:CRVB:2016:4746
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging maatregel verlaging bijstand wegens weigering algemeen geaccepteerde arbeid
Appellant ontvangt sinds 1 juli 2013 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Hij begon op 19 augustus 2013 aan een re-integratieproject bij een bedrijf en solliciteerde succesvol naar een functie als assistent werkleider, die hem per 1 november 2013 werd aangeboden. Appellant weigerde deze functie bij brief van 28 oktober 2013.
Het college van burgemeester en wethouders van Smallingerland legde bij besluit van 3 december 2013 een maatregel op waarbij de bijstand van appellant met 100% werd verlaagd voor één maand wegens het weigeren van algemeen geaccepteerde arbeid. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellant dat de bedrijfscultuur repressief was en indruiste tegen zijn persoonlijke waarden, wat hem in een gewetensconflict bracht en zelfs tot ziekte leidde. De Raad oordeelde echter dat deze bezwaren strikt persoonlijk zijn en niet zwaarwegend genoeg om de weigering te rechtvaardigen. Appellant had twee maanden gewerkt en succesvol gesolliciteerd, wat wijst op positieve intenties. Ook de verslechterde situatie door een andere leidinggevende werd niet als zwaarwegend aangemerkt.
De brief van appellant aan het bedrijf vermeldde meerdere redenen voor weigering, waaronder arbeidsvoorwaarden en salaris, maar niet dat hij ziek werd door het werk. De Raad vond dat appellant zijn bezwaren eerder had moeten bespreken met het college en het bedrijf. Gezien het verwijtbaar niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid was de verlaging van de bijstand terecht en hoefde de maatregel niet te worden gematigd.
Het hoger beroep faalde en de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De maatregel tot verlaging van de bijstand met 100% voor één maand wegens weigering van algemeen geaccepteerde arbeid wordt bevestigd.