ECLI:NL:CRVB:2016:4757
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening AIO-aanvulling wegens niet gemelde afkoopsom pensioen
Appellanten ontvingen een AIO-aanvulling vanwege een laag AOW-pensioen, maar hadden een netto afkoopsom van hun pensioen ontvangen die zij niet hadden gemeld bij de aanvraag. De Sociale verzekeringsbank (Svb) herzag de AIO-aanvulling en bracht een maandelijkse aftrek in rekening gebaseerd op de afkoopsom, herleid met behulp van CBS-levensverwachtingstabellen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, waarna zij hoger beroep instelden. Appellanten voerden aan dat de afkoopsom als vermogen moest worden gezien en dat dit vermogen onder de vrijlatingsgrens viel, waardoor het niet in aanmerking genomen mocht worden. De Raad verwierp dit en stelde dat de afkoopsom naar haar aard overeenkomt met inkomsten uit arbeid, bestemd voor de periode na pensioengerechtigde leeftijd.
De Raad benadrukte dat het niet relevant is dat de afkoopsom vóór de aanvraag van de AIO-aanvulling is ontvangen. De herleiding naar een maandinkomen op basis van de gemiddelde levensverwachting is volgens vaste rechtspraak correct. Ook het feit dat appellanten in 2009 in Duitsland woonden en pas later in Nederland een AIO-aanvulling konden aanvragen, verandert hier niets aan.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de AIO-aanvulling en verklaart het hoger beroep ongegrond.